Vaste stok op voorn in de winter

De meeste vissers bergen hun vaste hengel op zodra de dagen kouder worden. Toch zijn er in de winter goede mogelijkheden om voorn te vangen. Voor zij die de kou trotseren liggen prachtig gekleurde blank- en ruisvoorns in het verschiet.

Vaste hengel

Op voorn vissen kan met verschillende hengels, waaronder:

  • vaste hengel,
  • matchhengel,
  • feederhengel
  • bolognesehengel

In de winter heeft de vaste hengel een duidelijk voordeel. De visser kan er sneller en directer mee reageren op een aanbeet. Omdat de aanbeten in de winter voorzichtiger zijn dan in andere jaargetijden, is een snelle reactie van groot belang. Zorg er wel voor dat de hoeveelheid vislijn tussen de dobber en de top van de hengel niet te groot te groot is, dat komt het directe contact tussen de hengel en de haak ten goede. De lengte van de hengel hangt vooral af van het water waar men op vist. Op wat grotere wateren kan de afstand van de kant tot aan de diepe delen van het water (hier vissen we bij voorkeur!) wat groter zijn dan op besloten vijvers, kanaaltjes en poelen. Op groter water zijn lange hengels tot aan een meter of 12 a 13 het meest geschikt, terwijl u op kleinere wateren al vaak met een hengel van een meter of 6 a 7 uit de voeten kunt.

Viswijze

In de winter vissen we op voorn met lichter materiaal dan in de zomer. Probeer een zo licht mogelijke dobber te gebruiken. Ook hier geldt dat het soort viswater doorslaggevend is bij uw keuze. Vist u wat verder weg, staan er golfjes of is er sprake van stroming? Dan kunt u gerust een dobber kiezen met een wat grote drijfvermogen. Betreft het stilstaand en kleiner water? Kies dan een zo licht mogelijke dobber. Als lijn wordt 10/00 of 12/00 aangeraden, in combinatie met haak in de maat 14 of 16. Bij voorkeur is de afstand van de dobber tot aan de haak dusdanig, dat de haak net boven de bodem zweeft. Daarnaast is het goed om te weten dat wintervoorns zich het beste overdag laten vangen. Er is dan wat meer licht en een flauw zonnetje geeft de voorns meer energie.

Voer en aas voor wintervoorn

Het lokvoer en aas dat we in de zomer inzetten zal het over het algemeen ook goed in de winter doen. Toch zijn er drie zaken waar u rekening mee kunt houden. Ten eerste voeren we in de winter minder en zo gericht mogelijk . De voorns eten niet zoveel en overvoeren leidt alleen maar tot minder aanbeten. Het gedoseerde lokvoer dat u voert, zal zo dicht mogelijk tegen het haakaas moeten liggen. Dat voorkomt dat de voorns zich vol eten zonder het haakaas tegen te komen. Ten tweede heeft levens haakaas de voorkeur. Maden en stukjes worm zijn aantrekkelijk voor voorns omdat ze bewegen. Ten derde kiezen we voor een donker gekleurd lokvoer (bijvoorbeeld van Sensas) en mengen dit met maden en/of in stukjes geknipte wormen. Deze combinatie heeft zich in de winter meerdere malen bewezen.